Noodverlichting is een essentieel onderdeel van de veiligheid in gebouwen. Wanneer de stroom uitvalt door een storing of calamiteit, zorgt noodverlichting ervoor dat mensen veilig het pand kunnen verlaten. Toch blijkt in de praktijk dat veel organisaties pas nadenken over noodverlichting wanneer het verplicht wordt gesteld of wanneer een inspectie plaatsvindt. Bij de aanschaf van noodverlichting komt echter meer kijken dan alleen een armatuur ophangen. Je moet rekening houden met wetgeving, de juiste lichtopbrengst, vluchtroutes, onderhoud en de keuze tussen verschillende soorten systemen.
In dit artikel leggen we uit waar je op moet letten bij het kiezen van Noodverlichting. We behandelen de belangrijkste keuzes, geven praktische voorbeelden uit projecten en laten zien hoe je een installatie kiest die veilig en betrouwbaar functioneert.
Waarom noodverlichting belangrijk is
Noodverlichting heeft één duidelijke functie: zorgen dat mensen een gebouw veilig kunnen verlaten wanneer de normale verlichting uitvalt. Dit kan gebeuren door een stroomstoring, brand of technische storing.
In veel gebouwen is noodverlichting daarom verplicht. Denk bijvoorbeeld aan:
kantoren
scholen
horeca
zorginstellingen
winkels
magazijnen
Zonder noodverlichting kunnen vluchtroutes slecht zichtbaar zijn. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties zoals paniek of struikelgevaar.
Bij VerlichtingNL zien we regelmatig dat bedrijven hun verlichting moderniseren of verbouwen en daarbij ook hun noodverlichting opnieuw moeten bekijken. Vaak blijkt dat bestaande installaties niet meer voldoen aan de huidige eisen.
Welke soorten noodverlichting bestaan er
Noodverlichting bestaat grofweg uit twee categorieën. Beide hebben een andere functie binnen een gebouw.
Vluchtwegverlichting
Vluchtwegverlichting zorgt ervoor dat mensen de route naar een uitgang kunnen volgen wanneer de stroom uitvalt. Dit type verlichting verlicht bijvoorbeeld gangen, trappenhuizen en doorgangen.
De verlichting hoeft niet extreem fel te zijn, maar moet voldoende zicht bieden om obstakels en routeveranderingen te zien.
Vluchtwegaanduiding
Vluchtwegaanduiding zijn de bekende groene pictogramarmaturen met een rennend mannetje en een pijl. Deze armaturen geven duidelijk aan waar de nooduitgang zich bevindt.
Ze worden meestal geplaatst boven:
nooduitgangen
deuren
gangen
trappen
richtingsveranderingen
Een goede combinatie van vluchtwegverlichting en vluchtwegaanduiding zorgt ervoor dat mensen ook in het donker direct de juiste route herkennen.
Wanneer is noodverlichting verplicht
In Nederland wordt noodverlichting geregeld via verschillende normen en regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan het Bouwbesluit en Europese normen zoals NEN-EN 1838.
In de praktijk betekent dit dat noodverlichting verplicht is in gebouwen waar:
veel mensen aanwezig zijn
publieke toegang is
de vluchtweg niet direct zichtbaar is
Voor bedrijven is het daarom belangrijk om bij nieuwbouw of renovatie altijd te controleren of noodverlichting verplicht is.
Bij projecten waar VerlichtingNL bij betrokken is, wordt vaak eerst een inventarisatie gemaakt van het gebouw. Daarbij wordt gekeken naar vluchtroutes, ruimtes, zichtlijnen en risicozones.
Autonome noodverlichting of centrale noodverlichting
Een van de belangrijkste keuzes bij de aanschaf van noodverlichting is het type systeem. Er bestaan twee hoofdvarianten.
Autonome noodverlichting
Bij autonome noodverlichting heeft elk armatuur een eigen batterij. Wanneer de stroom uitvalt schakelt het armatuur automatisch over op de interne accu.
Voordelen hiervan zijn:
eenvoudige installatie
lage installatieskosten
geschikt voor kleinere gebouwen
Nadeel is dat elk armatuur afzonderlijk onderhouden moet worden.
Centrale noodverlichting
Bij een centraal systeem zijn de armaturen aangesloten op één centrale batterij-installatie. Wanneer de stroom uitvalt neemt dit systeem de voeding over.
Voordelen zijn:
centraal onderhoud
geschikt voor grote gebouwen
centrale monitoring mogelijk
Dit type systeem wordt vaak toegepast in ziekenhuizen, grote kantoren en industriële gebouwen.
Vergelijking autonome en centrale noodverlichting
Onderstaande vergelijking helpt bij het bepalen welk systeem het beste past bij jouw gebouw.
Kenmerk | Autonome noodverlichting | Centrale noodverlichting Installatie | Eenvoudig omdat elk armatuur een eigen batterij heeft | Complexer doordat armaturen op een centrale batterij-installatie worden aangesloten Onderhoud | Controle en batterijvervanging per armatuur | Onderhoud centraal geregeld via één installatie Geschikt voor | Kleinere gebouwen zoals winkels, kantoren en horeca | Grote gebouwen zoals ziekenhuizen, industrie en grote kantoren Installatiekosten | Lagere installatieskosten | Hogere installatieskosten door centrale infrastructuur Controle en monitoring | Vaak handmatige controle | Centrale monitoring en automatische meldingen mogelijk Flexibiliteit | Eenvoudig uit te breiden met extra armaturen | Uitbreiding afhankelijk van centrale installatie
Hoeveel noodverlichting heb je nodig
De hoeveelheid noodverlichting hangt af van de indeling van het gebouw. Er zijn een aantal basisregels die vaak worden toegepast.
bij elke nooduitgang moet een vluchtwegaanduiding aanwezig zijn
bij elke richtingsverandering in een vluchtroute
bij trappen en niveauverschillen
bij brandmelders en blusmiddelen
Daarnaast moet de verlichting langs de vluchtroute voldoende licht geven om obstakels te herkennen.
Bij grotere gebouwen wordt vaak een lichtplan gemaakt waarin alle noodverlichting wordt opgenomen.
Hoe lang moet noodverlichting blijven branden
Bij een stroomuitval moet noodverlichting voldoende lang blijven werken om een gebouw veilig te verlaten.
In veel gebouwen wordt een minimale brandduur van 1 uur toegepast. In sommige situaties is 3 uur verplicht, bijvoorbeeld wanneer mensen langere tijd nodig hebben om het gebouw te verlaten.
De batterijcapaciteit van de armaturen bepaalt hoe lang het systeem blijft werken.
Rekenvoorbeeld batterijduur
Stel dat een noodarmatuur een vermogen heeft van 3 watt en een batterij van 9 wattuur.
De brandduur wordt dan:
9 Wh / 3 W = 3 uur.
Dit betekent dat het armatuur drie uur kan blijven branden bij stroomuitval.
Onderhoud en controle van noodverlichting
Noodverlichting moet regelmatig getest worden om te controleren of het systeem nog goed werkt.
Controle bestaat meestal uit:
visuele inspectie
functionele test
batterijtest
Bij moderne armaturen gebeurt dit steeds vaker automatisch via zelftestsystemen. Hiermee kan een gebouwbeheerder snel zien of een armatuur onderhoud nodig heeft.
Case: kantoorrenovatie met nieuwe noodverlichting
Bij de renovatie van een middelgroot kantoor werd de volledige verlichting vervangen door LED-armaturen. Tijdens de inventarisatie bleek dat een groot deel van de bestaande noodverlichting verouderd was en niet meer voldeed aan de huidige normen.
VerlichtingNL maakte een nieuw plan voor de vluchtroutes en plaatste moderne LED-noodarmaturen met zelftestfunctie. Hierdoor kon de technische dienst sneller zien of een armatuur onderhoud nodig had.
Daarnaast werd de energieconsumptie van de verlichting aanzienlijk verlaagd doordat oude armaturen werden vervangen door efficiënte LED-modellen.
Veelgestelde vragen
Is noodverlichting verplicht in elk gebouw
Nee. De verplichting hangt af van de functie van het gebouw, het aantal aanwezige personen en de indeling van de vluchtroutes.
Hoe vaak moet noodverlichting getest worden
In veel situaties wordt een maandelijkse functionele test en een jaarlijkse duurtest uitgevoerd om te controleren of de batterij nog voldoende capaciteit heeft.
Wat is het verschil tussen vluchtwegverlichting en vluchtwegaanduiding
Vluchtwegverlichting verlicht de route naar buiten, terwijl vluchtwegaanduiding met pictogrammen aangeeft waar de nooduitgang zich bevindt.
Hoe lang gaat een noodverlichtingsbatterij mee
De levensduur van een batterij ligt meestal tussen de vier en tien jaar, afhankelijk van het type armatuur en de gebruiksomstandigheden.
&w=3840&q=75)